ESRS-norm
ESRS-norm
1. Het doel van deze standaard is het vaststellen van rapportagevereisten die gebruikers van de duurzaamheidsverklaring in staat stellen inzicht te krijgen in de wezenlijke effecten op de werknemers in de waardeketen in verband met de eigen bedrijfsactiviteiten en waardeketen van de onderneming, ook in het kader van haar producten of diensten, alsmede door haar zakelijke relaties en de daarmee samenhangende wezenlijke risico's en kansen, waaronder:
a) de wezenlijke positieve en negatieve feitelijke of potentiële effecten van de onderneming op de werknemers in de waardeketen,
b) alle maatregelen die zijn genomen om feitelijke of potentiële negatieve effecten te voorkomen, te verminderen of te verbeteren en om risico's en kansen aan te pakken, en de resultaten van deze maatregelen,
c) de aard, het type en de omvang van de belangrijkste risico's en kansen van de onderneming, met inbegrip van die welke verband houden met haar effecten op of afhankelijkheden van werknemers in de waardeketen, en de wijze waarop de onderneming daarmee omgaat, en
d) de financiële effecten van de wezenlijke risico's en kansen op korte, middellange en lange termijn, met inbegrip van die welke voortvloeien uit de effecten en afhankelijkheden van de onderneming met betrekking tot arbeidskrachten in de waardeketen.
2. Om dit doel te bereiken, vereist deze norm een toelichting op de algemene aanpak die de onderneming hanteert om alle belangrijke feitelijke en potentiële effecten op de werknemers in de waardeketen te identificeren en aan te pakken met betrekking tot:
a) arbeidsomstandigheden (bijvoorbeeld veilig werk, werktijden, passende beloning, sociale dialoog, vrijheid van vereniging, met inbegrip van het bestaan van ondernemingsraden, collectieve onderhandelingen, het evenwicht tussen werk en privéleven, en gezondheid en veiligheid),
b) gelijke behandeling en gelijke kansen voor iedereen (bijvoorbeeld gendergelijkheid en gelijk loon voor gelijkwaardig werk, bijscholing en competentieontwikkeling, werkgelegenheid en inclusie van personen met een handicap, maatregelen tegen geweld en intimidatie op de werkplek, en diversiteit),
c) andere arbeidsgerelateerde rechten (bijvoorbeeld kinderarbeid, dwangarbeid, passende huisvesting, water- en sanitaire voorzieningen en privacy).
3. Bovendien vereist deze norm een toelichting over hoe dergelijke effecten en afhankelijkheden van het bedrijf van werknemers in de waardeketen aanzienlijke risico's of kansen voor het bedrijf met zich mee kunnen brengen. Negatieve effecten op werknemers in de waardeketen kunnen bijvoorbeeld de bedrijfsactiviteiten van het bedrijf verstoren (als klanten zijn producten niet kopen of als overheidsinstanties zijn producten in beslag nemen) en zijn reputatie schaden. Omgekeerd kunnen het respecteren van de rechten van werknemers en actieve ondersteuningsprogramma's (bijvoorbeeld door initiatieven om financiële kennis over te dragen) zakelijke kansen creëren, zoals betrouwbaardere leveringen of een uitbreiding van het toekomstige klantenbestand.
4. Deze norm heeft betrekking op alle werknemers in de toeleverings- en afzetketen van het bedrijf waarop het bedrijf een aanzienlijke invloed heeft of kan hebben, met inbegrip van de effecten die verband houden met de eigen bedrijfsactiviteiten en waardeketen van het bedrijf, met inbegrip van zijn producten of diensten en zijn zakelijke relaties. Dit omvat alle werknemers die niet onder de term "werknemers van de onderneming" vallen (de term "werknemers van de onderneming" verwijst naar werknemers, individuele opdrachtnemers (d.w.z. zelfstandigen) en werknemers die worden geleverd door derde ondernemingen die voornamelijk actief zijn op het gebied van arbeidsbemiddeling en uitzendwerk). De werknemers van de onderneming worden behandeld in ESRS S1 Werknemers van de onderneming. Voorbeelden die onder het toepassingsgebied van deze standaard vallen, zijn te vinden in paragraaf AR 3.
-> verder naar S2 – Interactie met andere ESRS
Toepassingsvereisten (AR)
Toepassingsvereisten (AR)
AR 1. Naast de in paragraaf 2 genoemde onderwerpen kan de onderneming ook overwegen om informatie te verstrekken over andere onderwerpen die relevant zijn voor materiële effecten op kortere termijn, bijvoorbeeld initiatieven met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van werknemers in de waardeketen tijdens een pandemie.
AR 2. Het overzicht van sociale aspecten en mensenrechtenkwesties in paragraaf 2 betekent niet dat al deze aspecten in elke informatieverplichting in deze standaard moeten worden behandeld. Het bevat veeleer een lijst van aspecten waarmee de onderneming rekening moet houden in haar materialiteitsanalyse met betrekking tot werknemers in de waardeketen (zie ESRS 1 hoofdstuk 3 Dubbele materialiteit als basis voor de rapportage van duurzaamheidsinformatie en ESRS 2 IRO-1) en die zij, indien van toepassing, als materiële effecten, risico's en kansen in het kader van deze standaard rapporteert.
AR 3. Arbeidskrachten die onder deze standaard vallen, zijn bijvoorbeeld:
a) werknemers die uitbestede diensten verrichten op de bedrijfslocatie van de onderneming (bijvoorbeeld catering- of beveiligingspersoneel van derden),
b) werknemers van een door de onderneming gecontracteerde leverancier die op het terrein van de leverancier volgens diens werkmethoden werken,
c) werknemers in een "downstream"-onderneming die goederen of diensten van de onderneming afneemt,
d) werknemers van een leverancier van apparatuur van de onderneming die op een bedrijfslocatie van de onderneming de apparatuur van de leverancier (bijvoorbeeld een fotokopieerapparaat) regelmatig onderhouden overeenkomstig de overeenkomst tussen de leverancier van apparatuur en de onderneming, en
e) werknemers die verderop in de toeleveringsketen grondstoffen winnen die vervolgens worden verwerkt tot onderdelen die in de producten van het bedrijf worden gebruikt.
-> verder naar S2 – Samenwerking met andere ESRS
