Naar de hoofdinhoud

E1-7 – Verwijdering van broeikasgassen en projecten ter vermindering van broeikasgassen, gefinancierd via CO2-certificaten

Deze week bijgewerkt

ESRS-norm

56. De onderneming moet het volgende vermelden:

  • a) de eventueel gerealiseerde verwijdering en opslag van broeikasgassen in het kader van projecten die het bedrijf heeft ontwikkeld binnen zijn eigen activiteiten of waaraan het heeft bijgedragen binnen zijn toeleverings- en afzetketen, uitgedrukt in ton CO2-equivalent, en

  • b) de omvang van de vermindering of verwijdering van broeikasgasemissies door klimaatbeschermingsprojecten buiten haar waardeketen, die zij heeft gefinancierd of voornemens is te financieren met de aankoop van CO2-certificaten.

57. Deze informatieverplichting heeft de volgende doelstellingen:

  • a) inzicht verschaffen in de maatregelen die de onderneming heeft genomen om broeikasgassen duurzaam uit de atmosfeer te verwijderen of de verwijdering daarvan actief te ondersteunen, teneinde netto-nuldoelstellingen te kunnen bereiken (zie paragraaf 60),

  • b) inzicht verschaffen in de omvang en kwaliteit van de CO2-certificaten die de onderneming op de vrijwillige koolstofmarkt heeft verworven of voornemens is te verwerven om haar aanspraken op broeikasgasneutraliteit te onderbouwen (zie paragraaf 61).

58. De informatie met betrekking tot de verwijdering en opslag van broeikasgassen overeenkomstig paragraaf 56, onder a), omvat, indien van toepassing, het volgende:

  • a) de totale hoeveelheid verwijderde en opgeslagen broeikasgassen in ton CO2-equivalent, uitgesplitst en gescheiden naar de hoeveelheden die verband houden met de eigen activiteiten van de onderneming en met haar toeleverings- en afzetketen, alsmede naar verwijderingsactiviteiten, en

  • b) de aannames, methoden en kaders die de onderneming bij de berekening heeft gebruikt.

59. De informatie met betrekking tot CO2-certificaten overeenkomstig lid 56, onder b), omvat, indien van toepassing, het volgende:

  • a) de totale hoeveelheid CO2-certificaten buiten de waardeketen van de onderneming in ton CO2-equivalent, die volgens erkende kwaliteitsnormen zijn gecontroleerd en in de verslagperiode zijn verwijderd, en

  • b) de totale hoeveelheid CO2-certificaten buiten de waardeketen van de onderneming in tonnen CO2-equivalent waarvan de verwijdering is gepland, en of deze zijn gebaseerd op bestaande contractuele overeenkomsten.

60. Indien de onderneming, naast de doelstellingen voor de vermindering van de bruto broeikasgasemissies in overeenstemming met paragraaf 30 van de rapportageverplichting E1-4, een netto-nuldoelstelling aangeeft, licht zij de omvang, de methoden en kaders toe, alsmede de wijze waarop de resterende broeikasgasemissies (nadat ongeveer 90 tot 95 % van de broeikasgasemissies is verminderd, met de mogelijkheid van gerechtvaardigde sectorale afwijkingen in overeenstemming met een erkend sectorspecifiek decarbonisatiepad) bijvoorbeeld door het verwijderen van broeikasgassen in het kader van zijn eigen activiteiten en in zijn waardeketen.

61. Indien de onderneming haar broeikasgasneutraliteit in verband met het gebruik van CO2-certificaten publiekelijk heeft geclaimd, moet zij het volgende toelichten:

  • a) of en hoe deze claim gepaard gaat met broeikasgasemissiereductiedoelstellingen overeenkomstig de rapportageverplichting ESRS E1-4,

  • b) of en hoe deze bewering en de afhankelijkheid van CO2-certificaten het bereiken van zijn broeikasgasemissiereductiedoelstellingen (47) of, indien van toepassing, zijn netto-nuldoelstelling niet belemmeren of verminderen, en

  • c) de geloofwaardigheid en integriteit van de gebruikte CO2-certificaten, ook onder verwijzing naar erkende kwaliteitsnormen.


Toepassingsvereisten (AR)

AR 56. Naast hun broeikasgasemissie-inventarissen zorgen bedrijven voor transparantie over hoe en in welke mate zij natuurlijke putten verbeteren of technische oplossingen toepassen om broeikasgassen uit de atmosfeer te verwijderen in hun eigen activiteiten en in hun toeleverings- en afzetketen. Hoewel er geen algemeen aanvaarde concepten en methoden bestaan voor het boeken van de verwijdering van broeikasgassen, moet deze norm de transparantie vergroten met betrekking tot de inspanningen van de onderneming om broeikasgassen uit de atmosfeer te verwijderen (paragraaf 56, onder a), en paragraaf 58). De verwijdering van broeikasgassen buiten de waardeketen, die de onderneming ondersteunt door de aankoop van CO₂-certificaten, moet afzonderlijk worden vermeld overeenkomstig paragraaf 56, onder b), en paragraaf 59.

AR 57. Bij het verstrekken van de in paragraaf 56, onder a), en paragraaf 58 vereiste informatie over de verwijdering en opslag van broeikasgassen in het kader van haar eigen activiteiten en binnen haar toeleverings- en afzetketen, moet de onderneming met betrekking tot elke verwijderings- en opslagactiviteit:

  • a) de betrokken broeikasgassen vermelden,

  • b) aangeven of de verwijdering en opslag biogeen zijn of het gevolg zijn van veranderingen in landgebruik (bijvoorbeeld bebossing, herbebossing, herstel van bossen, aanplant van bomen in steden, agroforestry, koolstofvastlegging in de bodem, enz.), of ze technologisch (bijv. directe afvang uit de lucht) of hybride (bijv. bio-energie met CO₂-afvang en -opslag) zijn, met inbegrip van technische details over de afvang, de wijze van opslag en, indien van toepassing, het transport van afgevangen broeikasgassen,

  • c) indien van toepassing, kort toelichten of de activiteit als een natuurgebaseerde oplossing kan worden aangemerkt, en

  • d) uitleggen hoe het risico van ondoordringbaarheid wordt aangepakt, inclusief, indien van toepassing, het opsporen en monitoren van lekken en omkeerbare gebeurtenissen.

Richtlijnen voor de berekening

AR 58. Bij het samenstellen van de in paragraaf 56, onder a), en paragraaf 58 vereiste informatie over de verwijdering en opslag van broeikasgassen in het kader van zijn eigen activiteiten en binnen zijn toeleverings- en afzetketen, gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Indien van toepassing houdt het rekening met de bedrijfsnorm (versie van 2004), de productnorm (versie van 2011), de richtlijnen voor de landbouw (versie van 2014) en de richtlijnen voor landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw voor de boekhouding bij broeikasgasprojecten (versie van 2006) van het broeikasgasprotocol,

  • b) het past overeengekomen methoden toe voor het boeken van broeikasgasverwijderingen zodra deze beschikbaar zijn, in het bijzonder het EU-rechtskader voor de certificering van CO₂-verwijdering,

  • c) het legt, indien van toepassing, het belang van de verwijdering voor zijn klimaatbeschermingsconcept uit,

  • d) het vermeldt de verwijdering uit bedrijven die het bezit, controleert of waaraan het bijdraagt en die niet in de vorm van CO₂-certificaten aan een andere partij zijn verkocht,

  • e) het geeft, indien van toepassing, de activiteiten aan voor de verwijdering van broeikasgassen in de eigen onderneming of in de waardeketen die zijn omgezet in CO₂-certificaten en doorverkocht aan andere partijen op de vrijwillige markt,

  • f) het boekt de broeikasgasemissies in verband met een verwijderingsactiviteit, inclusief transport en opslag, overeenkomstig de rapportageverplichting E1-6 (scope 1, 2 of 3). Om de efficiëntie van een verwijderingsactiviteit, inclusief transport en opslag, transparanter weer te geven, kan de onderneming de broeikasgasemissies die verband houden met deze activiteit (bijvoorbeeld broeikasgasemissies als gevolg van het elektriciteitsverbruik van technologieën voor directe afvang uit de lucht) naast de hoeveelheid verwijderde broeikasgasemissies vermelden, maar wel gescheiden van elkaar.

  • g) in geval van een omkering boekt het de betreffende broeikasgasemissies als compensatie voor de verwijdering in de verslagperiode,

  • h) het gebruikt de meest recente door het IPCC gepubliceerde GWP-waarden op basis van een tijdshorizon van 100 jaar voor de berekening van de CO₂-emissies (CO₂-equivalent) van niet-CO₂-gassen en licht de onderliggende aannames, methoden en kaders toe voor de berekening van de hoeveelheid verwijderde broeikasgassen, en

  • i) het houdt rekening met natuurgebaseerde oplossingen.

AR 59. De onderneming specificeert en rapporteert afzonderlijk de verwijdering van broeikasgassen die plaatsvindt in het kader van haar eigen activiteiten en binnen haar toeleverings- en afzetketen. Activiteiten voor de verwijdering van broeikasgassen in de upstream- en downstream-waardeketen omvatten activiteiten die het bedrijf actief ondersteunt, bijvoorbeeld door middel van een samenwerkingsproject met een leverancier. Van het bedrijf wordt niet verwacht dat het rekening houdt met mogelijke verwijderingen van broeikasgassen in zijn upstream- en downstream-waardeketen waarvan het niet op de hoogte is.

AR 60. De kwantitatieve informatie over de verwijdering van broeikasgassen kan worden weergegeven in een tabel zoals hieronder.

Zie de tabel bij AR 60 verderop aan het einde van de Application Requirements

Projecten ter vermindering van broeikasgassen, gefinancierd via CO2-certificaten

AR 61. De financiering van projecten voor de vermindering van broeikasgasemissies buiten de waardeketen van de onderneming door de aankoop van CO2-certificaten die aan hoge kwaliteitsnormen voldoen, kan een nuttige bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat. Volgens deze norm moet de onderneming aangeven of zij CO2-certificaten afzonderlijk gebruikt van de broeikasgasemissies (paragraaf 56, letter b, en paragraaf 59) en de broeikasgasemissiereductiedoelstellingen (informatievereiste E1-4). Bovendien moet het bedrijf aangeven in welke mate en volgens welke kwaliteitscriteria het deze CO2-certificaten gebruikt.

AR 62. Bij het verstrekken van de volgens paragraaf 56, letter b, en paragraaf 59 vereiste informatie over CO2-certificaten, verstrekt de onderneming de volgende uitsplitsing:

  • a) het aandeel (procentueel aandeel in het volume) van de projecten voor de vermindering en verwijdering van CO2-emissies,

  • b) voor CO2-certificaten uit verwijderingsprojecten, een toelichting of deze afkomstig zijn van biogene of technologische putten,

  • c) het aandeel (procentueel aandeel in het volume) van elke erkende kwaliteitsnorm,

  • d) het aandeel (procentueel aandeel in het volume) van de projecten binnen de EU en

  • e) het aandeel (procentueel aandeel in het volume) dat geldt als een overeenkomstige aanpassing overeenkomstig artikel 6 van de Overeenkomst van Parijs.

Richtlijnen voor de berekening

AR 63. Bij het samenstellen van de in paragraaf 56, onder b), en paragraaf 59 vereiste informatie over CO2-certificaten gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) zij houdt rekening met erkende kwaliteitsnormen,

  • b) zij legt, indien van toepassing, het belang van CO2-certificaten voor haar klimaatbeschermingsconcept uit,

  • c) het neemt geen CO2-certificaten uit projecten voor de vermindering van broeikasgasemissies op in zijn waardeketen, aangezien de betreffende emissiereducties al moeten worden vermeld in het kader van de rapportageverplichting E1-6 (Scope 2 of Scope 3) op het moment dat ze plaatsvinden (d.w.z. dubbeltellingen worden vermeden),

  • d) het neemt geen CO2-certificaten uit projecten voor de verwijdering van broeikasgasemissies op in zijn waardeketen, aangezien de betreffende verwijdering al moet worden vermeld in het kader van de rapportageverplichting E1-7 op het moment dat deze plaatsvindt (d.w.z. dubbeltellingen worden voorkomen),

  • e) het geeft geen CO2-certificaten aan als compensatie voor zijn broeikasgasemissies in het kader van de rapportageverplichting E1-6 voor broeikasgasemissies,

  • f) er zijn geen CO2-certificaten als middel om de broeikasgasemissiereductiedoelstellingen te bereiken die moeten worden vermeld onder de rapportageverplichting E1-4, en

  • g) het berekent de hoeveelheid CO2-certificaten die in de toekomst moeten worden verwijderd als de som van de CO2-certificaten in tonnen CO2-equivalent tijdens de looptijd van bestaande contractuele overeenkomsten.

AR 64. De informatie over CO2-certificaten die in het verslagjaar zijn verwijderd en die in de toekomst zullen worden verwijderd, kan in de volgende tabellen worden weergegeven.

Zie tabel bij AR 64 verderop aan het einde van de Application Requirements

Legenda bij de tabellen:

Vergelijking ... Cijfers uit een vergelijkingsjaar

N ................ Cijfers van het huidige jaar

% N / N-1 ... Verhouding tussen de cijfers van het huidige jaar en die van het voorgaande jaar in %

Tabel bij AR 60:

Opname

Vergelijking

N

% N / N-1

GHG-verwijderingsactiviteit 1 (bijv. herstel van bossen)

GHG-verwijderingsactiviteit 2 (bijv. directe afvang uit de lucht)

...

Totale verwijdering van broeikasgassen uit eigen

activiteiten (t CO2e)

GHG-verwijderingsactiviteit 1 (bijv. herstel van bossen)

GHG-verwijderingsactiviteit 2 (bijv. directe afvang uit de lucht)

...

Totale verwijdering van broeikasgassen in de voor- en achterliggende waardeketen (t CO2e)

Omkeringen (t CO2e)

Tabel bij AR 64:

In het verslagjaar verwijderde CO2-certificaten

Vergelijking

N

Totaal (t CO2e)

Aandeel van verwijderingsprojecten (in %)

Aandeel van reductieprojecten (in %)

Erkende kwaliteitsnorm 1 (in %)

Erkende kwaliteitsnorm 2 (in %)

Erkende kwaliteitsnorm 3 (in %)

...

Aandeel van projecten binnen de EU (in %)

Aandeel CO2-certificaten die als overeenkomstige aanpassing gelden (in %)

In de toekomst te verwijderen CO2-certificaten

Bedrag tot [periode]

Totaal (t CO2e)

Voorbeelden uit de praktijk

Voorbeelden dienen alleen als indicatie van hoe andere bedrijven tot nu toe hun informatieverplichtingen hebben vervuld. Gecontroleerde ESRS-rapporten zijn nog niet beschikbaar. Er is geen garantie voor juistheid en volledigheid.

E1-7 – Verwijdering van broeikasgassen en projecten ter vermindering van broeikasgassen, gefinancierd via CO2-certificaten

Broeikasgasreductie en financiering door CO₂-certificaten

Ons bedrijf neemt niet deel aan de directe verwijdering van broeikasgassen uit de atmosfeer en koopt geen CO₂-certificaten om onze bedrijfsvoetafdruk te compenseren.

In het kader van onze verbintenis tot wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen (SBTi) is het gebruik van maatregelen zoals het verwijderen van broeikasgassen of het gebruik van compensatiecertificaten alleen toegestaan nadat 90 % van de uitstoot is verminderd door initiatieven ter verhoging van de energie-efficiëntie en de uitbreiding van hernieuwbare energie in de hele waardeketen.

We zijn niet van plan om in de nabije toekomst CO₂-compensaties toe te passen, omdat onze focus ligt op het daadwerkelijk verminderen van emissies in het kader van ons Net Zero-programma.

Dit artikel is machinaal vertaald. Bij fouten kunt u contact opnemen met [email protected].

Was dit een antwoord op uw vraag?