Naar de hoofdinhoud

E1-6 – Bruto broeikasgasemissies van scope 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies

Deze week bijgewerkt

ESRS-norm

44. De onderneming moet het volgende in ton CO2-equivalent aangeven: (45)

  • a) zijn bruto Scope 1-broeikasgasemissies,

  • b) zijn bruto broeikasgasemissies van scope 2,

  • c) zijn bruto scope 3-broeikasgasemissies en

  • d) zijn totale broeikasgasemissies.

45. Het doel van de rapportageverplichting overeenkomstig lid 44 is

  • a) met betrekking tot de bruto broeikasgasemissies van scope 1 overeenkomstig lid 44, onder a), inzicht te verschaffen in de directe effecten van de onderneming op de klimaatverandering en het aandeel van haar totale broeikasgasemissies dat onder emissiehandelssystemen valt,

  • b) met betrekking tot de bruto broeikasgasemissies van scope 2 overeenkomstig lid 44, onder b), inzicht te verschaffen in de indirecte effecten op de klimaatverandering die worden veroorzaakt door de extern aangekochte of verkregen energie die door de onderneming wordt verbruikt,

  • c) met betrekking tot de bruto broeikasgasemissies van scope 3 overeenkomstig paragraaf 44, onder c), inzicht verschaffen in de broeikasgasemissies in de upstream- en downstream-waardeketen van de onderneming die verder gaan dan de broeikasgasemissies van scope 1 en scope 2. Voor veel ondernemingen kunnen de broeikasgasemissies van scope 3 het grootste deel van hun broeikasgasinventaris uitmaken en een belangrijke oorzaak zijn van de transitiemarges van de onderneming,

  • d) met betrekking tot de totale broeikasgasemissies overeenkomstig paragraaf 44, onder d), een algemeen inzicht te verschaffen in de broeikasgasemissies van de onderneming en in de vraag of deze voortkomen uit haar eigen activiteiten of uit de toeleverings- en afzetketen. Deze informatie is een voorwaarde voor het meten van de vooruitgang bij het terugdringen van broeikasgasemissies in overeenstemming met de klimaatgerelateerde doelstellingen van de onderneming en de strategische doelstellingen van de EU.

De informatie uit deze rapportageverplichting is ook nodig om inzicht te krijgen in de klimaatgerelateerde transitie-risico's van de onderneming.

46. Bij het verstrekken van de overeenkomstig lid 44 vereiste informatie over broeikasgasemissies verwijst de onderneming naar de leden 62 tot en met 67 van ESRS 1. In principe zijn de gegevens over broeikasgasemissies van geassocieerde ondernemingen of joint ventures die deel uitmaken van de upstream- en downstream-waardeketen van de onderneming (ESRS 1, lid 67) niet beperkt tot het aandeel dat wordt gehouden. Afhankelijk van de mate van operationele zeggenschap over haar geassocieerde ondernemingen, joint ventures, niet-geconsolideerde dochterondernemingen (investeringsmaatschappijen) en contractuele overeenkomsten in het kader van gezamenlijke overeenkomsten die niet door een onderneming zijn gestructureerd (d.w.z. gezamenlijk gecontroleerde activiteiten en activa), rapporteert de onderneming hun broeikasgasemissies.

47. In geval van wezenlijke wijzigingen in de definitie van wat de rapporterende onderneming en haar upstream- en downstream-waardeketen omvatten, moet de onderneming deze wijzigingen vermelden en de gevolgen ervan voor de jaarlijkse vergelijkbaarheid van haar gerapporteerde broeikasgasemissies toelichten (d.w.z. de gevolgen voor de vergelijkbaarheid van de huidige en vorige verslagperioden met betrekking tot de broeikasgasemissies).

48. De rapportage van scope 1-broeikasgasemissies overeenkomstig paragraaf 44, onder a), omvat:

  • a) de bruto scope 1-broeikasgasemissies in ton CO2-equivalent, en

  • b) het percentage broeikasgasemissies van scope 1 uit gereguleerde emissiehandelssystemen.

Zie hiervoor de toepassingsvereisten AR 43 en AR 44.

49. De vermelding van de scope 2-broeikasgasemissies overeenkomstig paragraaf 44, onder b), omvat:

  • a) de locatiegebonden bruto Scope 2-broeikasgasemissies in ton CO2-equivalent en

  • b) de marktgerelateerde bruto Scope 2-broeikasgasemissies in ton CO2-equivalent.

Zie hiervoor toepassingsvereiste AR 45 a) – f)

50. Voor de overeenkomstig paragraaf 44, onder a) en b), gerapporteerde Scope 1- en Scope 2-emissies moet de onderneming de informatie uitsplitsen en daarbij de volgende emissies afzonderlijk vermelden:

  • a) de voor boekhoudkundige doeleinden geconsolideerde groep (de moedermaatschappij en de dochterondernemingen) en

  • b) ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd, zoals geassocieerde ondernemingen, joint ventures of niet-geconsolideerde dochterondernemingen die niet volledig zijn geconsolideerd in de jaarrekening van de voor boekhoudkundige doeleinden geconsolideerde groep, alsmede contractuele overeenkomsten die gezamenlijke overeenkomsten zijn die niet door een onderneming zijn gestructureerd (d.w.z. gezamenlijk gecontroleerde bedrijfsactiviteiten en activa) waarover de onderneming operationele zeggenschap heeft.

51. De vermelding van de scope 3-broeikasgasemissies overeenkomstig paragraaf 44, onder c), omvat de broeikasgasemissies in ton CO2-equivalent uit elke significante scope 3-categorie (d.w.z. elke scope 3-categorie die voor de onderneming een prioriteit is).

Zie hiervoor de toepassingsvereisten AR 46, AR 50 en AR 51

52. De vermelding van de totale broeikasgasemissies overeenkomstig paragraaf 44, onder d), bestaat uit de som van de emissies van de categorieën scope 1, 2 en 3 overeenkomstig paragraaf 44, onder a) tot en met c). De vermelding van de totale broeikasgasemissies gebeurt in de vorm van een uitsplitsing waarin het volgende wordt onderscheiden:

  • a) de totale broeikasgasemissies die voortvloeien uit de onderliggende broeikasgasemissies van scope 2, gemeten volgens de locatiegebonden methode, en

  • b) de totale broeikasgasemissies die voortvloeien uit de onderliggende scope 2-broeikasgasemissies, gemeten volgens de marktgerelateerde methode.

Zie hiervoor toepassingsvereiste AR 47.

Broeikasgasintensiteit op basis van de netto-omzet (46)

53. De onderneming geeft de intensiteit van haar broeikasgasemissies aan (totale broeikasgasemissies per netto-omzet).

Zie hiervoor toepassingsvereiste AR 53

54. De vermelding van de broeikasgasintensiteit overeenkomstig paragraaf 53 omvat de totale broeikasgasemissies in ton CO2-equivalent (overeenkomstig paragraaf 44, onder d) per netto-omzet.

55. De onderneming moet de afstemming van de netto-omzet (referentiewaarde voor de berekening van de broeikasgasintensiteit volgens paragraaf 53) met de overeenkomstige post of de overeenkomstige toelichting in de jaarrekening vermelden.


Toepassingsvereisten (AR)

Richtlijnen voor de berekening

AR 39. Bij het samenstellen van de volgens paragraaf 44 vereiste informatie voor de rapportage over broeikasgasemissies gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het houdt zich aan de principes, vereisten en richtsnoeren van de bedrijfsnorm van het GHG Protocol (versie 2004). De onderneming kan rekening houden met Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie (58) of de vereisten van norm EN ISO 14064-1:2018. Als het bedrijf al de broeikasgasbalansmethode volgens ISO 14064-1:2018 toepast, moet het toch voldoen aan de eisen van deze norm (bijvoorbeeld met betrekking tot de rapportagegrenzen en de vermelding van marktgerelateerde broeikasgasemissies van scope 2).

  • b) Het vermeldt de methoden, significante aannames en emissiefactoren die het gebruikt voor de berekening of meting van broeikasgasemissies, samen met een motivering voor het gebruik ervan, en verstrekt een verwijzing of een link naar andere gebruikte berekeningstools.

  • c) Het vermeldt de emissies van CO2, CH4, N2O, HFKW, PFC, SF6 en NF3. Aanvullende broeikasgassen kunnen in aanmerking worden genomen indien deze als significant worden beschouwd.

  • d) Het gebruikt de meest recente door het IPCC gepubliceerde waarden voor het aardopwarmingsvermogen (global warming potential, GWP) op basis van een tijdshorizon van 100 jaar voor de berekening van de CO2-equivalenten voor emissies van niet-CO2-gassen.

AR 40. Bij het opstellen van de informatie voor de rapportage over de broeikasgasemissies van haar geassocieerde ondernemingen, joint ventures, niet-geconsolideerde dochterondernemingen (investeringsmaatschappijen) en contractuele overeenkomsten overeenkomstig paragraaf 50, consolideert de onderneming 100 % van de broeikasgasemissies van de ondernemingen waarover zij operationele zeggenschap heeft. In de praktijk is dit het geval wanneer de onderneming de vergunning of toestemming heeft om de activa van deze geassocieerde ondernemingen, joint ventures, niet-geconsolideerde dochterondernemingen (investeringsmaatschappijen) en contractuele overeenkomsten te exploiteren. Als de onderneming contractueel vastgelegde tijdelijke operationele zeggenschap heeft, consolideert zij 100 % van de broeikasgassen die tijdens de uitoefening van haar operationele zeggenschap worden uitgestoten.

AR 41. In overeenstemming met hoofdstuk 3.7 van ESRS 1 moet de onderneming, indien van toepassing, informatie over haar broeikasgasemissies uitsplitsen. Het bedrijf kan bijvoorbeeld zijn broeikasgasemissies van de categorieën Scope 1, 2 en 3 of zijn totale broeikasgasemissies uitsplitsen naar land, bedrijfssegment, economische activiteit, dochteronderneming, broeikasgascategorie (CO2, CH4, N2O, HFKW, PFC, SF6, NF3 en andere door de onderneming in aanmerking genomen broeikasgassen) of soorten bronnen (stationaire verbranding, mobiele verbranding, procesemissies en vluchtige emissies).

AR 42. Een onderneming kan een andere rapportageperiode hebben dan sommige of alle ondernemingen in haar waardeketen. In dat geval mag het bedrijf zijn broeikasgasemissies meten overeenkomstig paragraaf 44, met gebruikmaking van informatie voor rapportageperioden die afwijken van zijn eigen rapportageperiode, indien deze informatie afkomstig is van bedrijven in zijn waardeketen met andere rapportageperioden dan de rapportageperiode van het bedrijf, op voorwaarde dat:

  • a) de onderneming de meest recente beschikbare gegevens van deze ondernemingen in haar waardeketen gebruikt voor het meten en rapporteren van haar broeikasgasemissies.

  • b) de rapportageperioden even lang zijn, en

  • c) de onderneming de effecten vermeldt van significante gebeurtenissen en veranderingen in de omstandigheden (die relevant zijn voor haar broeikasgasemissies) die zich tussen de verslagdata van de ondernemingen in haar waardeketen en de datum van de jaarrekening van de onderneming voor algemene doeleinden voordoen.

AR 43. Bij het verzamelen van de in paragraaf 48, onder a), vereiste informatie over de bruto broeikasgasemissies van scope 1 gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het berekent of meet de broeikasgasemissies uit stationaire verbranding, mobiele verbranding, procesemissies en vluchtige emissies en gebruikt geschikte activiteitsgegevens, waaronder het verbruik van niet-hernieuwbare brandstoffen.

  • b) Het gebruikt passende en uniforme emissiefactoren.

  • c) Het rapporteert biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa afzonderlijk van de broeikasgasemissies van scope 1, maar houdt rekening met emissies van andere soorten broeikasgassen (met name CH4 en N2O).

  • d) Het sluit alle onttrekkingen of alle verworven, verkochte of overgedragen CO2-certificaten of broeikasgascertificaten uit van de berekening van de broeikasgasemissies van scope 1.

  • e) Voor activiteiten die worden gerapporteerd in het kader van het EU-ETS rapporteert het de scope 1-emissies volgens de EU-ETS-methode. De EU-ETS-methode kan ook worden toegepast op activiteiten in geografische gebieden en sectoren die niet onder het EU-ETS vallen.

AR 44. Bij het samenstellen van de in paragraaf 48, onder b), vereiste informatie over het percentage van de broeikasgasemissies van scope 1 uit gereguleerde emissiehandelssystemen gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het houdt rekening met broeikasgasemissies van de door haar geëxploiteerde installaties die onder gereguleerde emissiehandelssystemen (ETS) vallen, met inbegrip van het EU-ETS, nationale ETS en, indien van toepassing, ETS in landen buiten de EU.

  • b) zij vermeldt alleen de emissies van CO, CH, NO, HFKW, PFC, SF en NF,

  • c) het zorgt ervoor dat de berekeningsperiode voor bruto broeikasgasemissies van scope 1 overeenkomt met de berekeningsperiode voor emissies die onder het ETS vallen, en

  • d) berekent het aandeel aan de hand van de volgende formule:
    broeikasgasemissies (in t COe) van EU-ETS-installaties + nationale ETS-installaties + niet-EU-ETS-installaties
    Scope 1-broeikasgasemissies (t CO₂e)

AR 45. Bij het verzamelen van de in lid 49 vereiste informatie over bruto broeikasgasemissies van scope 2 gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het houdt rekening met de beginselen en vereisten van de richtsnoeren van het GHG Protocol voor broeikasgasemissies van scope 2 (versie 2015, met name de kwaliteitscriteria voor scope 2 in hoofdstuk 7.1 met betrekking tot contractuele instrumenten), bovendien kan het rekening houden met Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie of de relevante vereisten voor de kwantificering van indirecte broeikasgasemissies uit geïmporteerde energie overeenkomstig ISO 14064-1:2018,

  • b) het vermeldt elektriciteit, stoom, warmte en koeling die de onderneming heeft aangekocht of ontvangen,

  • c) het voorkomt dubbeltelling van broeikasgasemissies die onder de categorieën Scope 1 of 3 worden gerapporteerd,

  • d) het past de locatiegebonden en marktgebonden methode toe voor de berekening van broeikasgasemissies van scope 2 en verstrekt informatie over het aandeel en de soorten contractuele instrumenten. Bij de locatiegebonden methode worden de broeikasgasemissies van Scope 2 gekwantificeerd op basis van gemiddelde emissiefactoren voor energieopwekking op bepaalde locaties, met inbegrip van lokale, subnationale of nationale grenzen (GHG Protocol, Guidelines for Scope 2 Emissions, Glossary, 2015). Bij de marktgerelateerde methode worden de broeikasgasemissies van scope 2 gekwantificeerd op basis van de broeikasgasemissies van de producenten waarvan de rapporterende onderneming contractueel elektriciteit koopt die gebundeld is met instrumenten, of alleen niet-gebundelde instrumenten (GHG Protocol, Guidelines for Scope 2 Emissions, Woordenlijst, 2015); in dit geval kan de onderneming het aandeel van de marktgerelateerde Scope 2-broeikasgasemissies in verband met aangekochte elektriciteit die gebundeld is met instrumenten zoals garanties van oorsprong of certificaten voor hernieuwbare energie, vermelden. Het bedrijf verstrekt informatie over het aandeel en de soorten contractuele instrumenten die worden gebruikt voor de verkoop en aankoop van energie die is gebundeld met attributen voor energieopwekking of niet is gebundeld met energieattributen.

  • e) het geeft biogene CO₂-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa afzonderlijk van de broeikasgasemissies van scope 2 aan, maar houdt rekening met emissies van andere soorten broeikasgassen (met name CH₄ en N₂O). Als het percentage biomassa of biogene CO₂ niet afzonderlijk wordt vermeld in de toegepaste emissiefactoren, moet de onderneming dit aangeven. Als broeikasgasemissies van andere broeikasgassen dan CO₂ (met name CH₄ en N₂O) niet beschikbaar zijn voor locatiegebonden gemiddelde emissiefactoren van het netwerk of voor de marktgebonden methode, of daarvan zijn uitgesloten, moet de onderneming dit vermelden.

  • f) het sluit alle onttrekkingen of alle verworven, verkochte of overgedragen CO₂-certificaten of broeikasgascertificaten uit van de berekening van de broeikasgasemissies van scope 2.

AR 46. Bij het samenstellen van de in paragraaf 51 vereiste informatie over de bruto Scope 3-broeikasgasemissies gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het houdt rekening met de principes en bepalingen van de boekhoud- en rapportagestandaard van het GHG Protocol voor de waardeketen van bedrijven (Scope 3) (versie van 2011) in acht, en kan het bovendien rekening houden met Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie of de relevante vereisten voor de kwantificering van indirecte broeikasgasemissies overeenkomstig ISO 14064-1:2018.

  • b) Indien het een financiële instelling betreft, houdt zij rekening met de boekhoud- en rapportagenorm voor broeikasgassen voor de financiële sector van het Partnership for Carbon Accounting Financial (PCAF), met name deel A "Financed Emissions" (versie van december 2022).

  • c) Zij controleert met behulp van passende schattingen haar totale scope 3-broeikasgasemissies op basis van de 15 scope 3-categorieën die worden beschreven in de bedrijfsnorm van het GHG Protocol en in de rapportage- en verslagleggingsnorm van het GHG Protocol voor de waardeketen van bedrijven (Scope 3) (versie van 2011). Als alternatief kan het zijn indirecte broeikasgasemissies controleren op basis van de categorieën vermeld in paragraaf 5.2.4 van de norm EN ISO 14064-1:2018 (behalve voor indirecte broeikasgasemissies uit geïmporteerde energie).

  • d) Het bepaalt en rapporteert zijn significante Scope 3-categorieën op basis van de omvang van zijn geschatte broeikasgasemissies en andere criteria in overeenstemming met de rapportagestandaard van het GHG Protocol voor de waardeketen van bedrijven (Scope 3) (versie van 2011, blz. 61 en 65-68) of overeenkomstig bijlage H.3.2 van de norm EN ISO 14064-1:2018, bijvoorbeeld financiële uitgaven, invloed, bijbehorende overgangsrisico's en -kansen of standpunten van belanghebbenden.

  • e) Het berekent of schat de broeikasgasemissies in significante Scope 3-categorieën met behulp van geschikte emissiefactoren.

  • f) Het actualiseert jaarlijks de broeikasgasemissies in elke significante categorie van scope 3 op basis van actuele activiteitsgegevens; het actualiseert ten minste om de drie jaar of wanneer zich een significante gebeurtenis of een significante verandering in de omstandigheden voordoet, de volledige scope 3-broeikasgasinventaris (een significante gebeurtenis of een significante verandering in de omstandigheden kan bijvoorbeeld betrekking hebben op veranderingen in de activiteiten of de structuur van de onderneming, veranderingen in de activiteiten of de structuur van haar upstream- en downstream-waardeketen(s), een wijziging in de berekeningsmethode of de ontdekking van fouten).

  • g) Het geeft aan in hoeverre zijn scope 3-broeikasgasemissies worden gemeten op basis van inputs van bepaalde activiteiten binnen de upstream- en downstream-waardeketen van de onderneming, alsmede het percentage emissies dat is berekend op basis van primaire gegevens van leveranciers of andere partners in de waardeketen.

  • h) Voor elke significante categorie van scope 3-broeikasgasemissies worden de in aanmerking genomen rapportagegrenzen, de berekeningsmethoden voor de schatting van de broeikasgasemissies vermeld en wordt aangegeven of en welke berekeningsinstrumenten zijn gebruikt. De scope 3-categorieën moeten in overeenstemming zijn met het GHG Protocol en het volgende omvatten:

    • i. Indirecte scope 3-broeikasgasemissies van de geconsolideerde groepsondernemingen (de moederonderneming en de dochterondernemingen).

    • ii. Indirecte broeikasgasemissies van scope 3 van geassocieerde ondernemingen, joint ventures en niet-geconsolideerde dochterondernemingen waarvan de onderneming de operationele activiteiten en relaties kan controleren (operationele controle).

    • iii. Broeikasgasemissies van de categorieën Scope 1, 2 en 3 van geassocieerde ondernemingen, joint ventures, niet-geconsolideerde dochterondernemingen (investeringsmaatschappijen) en gezamenlijke overeenkomsten waarover de onderneming geen operationele zeggenschap uitoefent, voor zover deze ondernemingen deel uitmaken van de toeleverings- en afzetketen van de rapporterende onderneming.

  • i) Er is een lijst van categorieën broeikasgasemissies van scope 3 die in de inventaris worden opgenomen en daarvan worden uitgesloten, met een motivering voor de uitgesloten scope 3-categorieën.

  • j) Er zijn biogene CO2-emissies uit de verbranding of biologische afbraak van biomassa die ontstaan in de toeleverings- en afzetketen, gescheiden van de bruto scope 3-broeikasgasemissies, en emissies van andere soorten broeikasgassen (bijvoorbeeld CH4 en N2O) en CO2-emissies die ontstaan binnen de levenscyclus van biomassa, behalve uit verbranding of biologische afbraak (bijvoorbeeld broeikasgasemissies uit de verwerking of het transport van biomassa), op in de berekening van de scope 3-broeikasgasemissies.

  • k) Het sluit alle verwijderingen of alle verworven, verkochte of overgedragen CO2-certificaten of broeikasgascertificaten uit van de berekening van de scope 3-broeikasgasemissies.

AR 47. Bij het opstellen van de in paragraaf 52 vereiste informatie over de totale broeikasgasemissies gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het gebruikt de volgende formules om de totale broeikasgasemissies te berekenen:

    • Totale broeikasgasemissies per locatie (t CO₂e)
      = Scope 1-bruto-emissies + Scope 2-bruto-emissies per locatie + totale Scope 3-bruto-emissies

    • Broeikasgasemissies per markt (t CO₂e)
      = bruto Scope 1-emissies + bruto Scope 2-emissies per markt + bruto Scope 3-emissies

  • b) Geeft de totale broeikasgasemissies aan, waarbij bij het meten van de onderliggende Scope 2-broeikasgasemissies een onderscheid wordt gemaakt tussen emissies die zijn afgeleid van locatiegebonden methoden en emissies die zijn afgeleid van marktgebonden methoden.

AR 48. De onderneming rapporteert haar totale broeikasgasemissies, uitgesplitst naar Scope 1-, Scope 2- en significante Scope 3-emissies, in overeenstemming met de onderstaande tabel.

Zie hiervoor tabel AR 48.pdf

AR 49. Om potentiële overgangsrisico's aan te geven, kan de onderneming haar totale broeikasgasemissies uitsplitsen naar belangrijke landen en, indien van toepassing, naar bedrijfssegmenten (met gebruikmaking van dezelfde segmenten als voor de jaarrekening volgens de verslaggevingsstandaarden, d.w.z. volgens IFRS 8 Bedrijfssegmenten of lokale verslaggevingsvereisten). Scope 3-broeikasgasemissies kunnen van deze uitsplitsingen per land worden uitgesloten als de betreffende gegevens niet direct beschikbaar zijn.

AR 50. De broeikasgasemissies van scope 3 kunnen ook worden weergegeven volgens de indirecte emissiecategorieën die zijn vastgelegd in de norm EN ISO 14064-1:2018.

AR 51. Indien dit van wezenlijk belang is voor de scope 3-emissies van de onderneming, moet zij de broeikasgasemissies van aangekochte cloudcomputing- en datacenterdiensten rapporteren als onderdeel van de overkoepelende scope 3-categorie "aangekochte goederen en diensten".

AR 52. De totale broeikasgasemissies, uitgesplitst naar scope 1, 2 en 3, kunnen grafisch worden weergegeven in de duurzaamheidsverklaring (bijvoorbeeld als staaf- of cirkeldiagram), zodat de verdeling van de broeikasgasemissies binnen de waardeketen (upstream, eigen activiteiten, transport, downstream) duidelijk wordt.

AR 53. Bij het verstrekken van de in paragraaf 53 vereiste informatie over de broeikasgasintensiteit op basis van de netto-omzet, gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het berekent de broeikasgasintensiteit aan de hand van de volgende formule:

    THG-Emissionen gesamt (t CO2e) / Nettoumsatzerlöse (Währungseinheit)

  • b) Het drukt de totale broeikasgasemissies uit in ton CO2-equivalent en de netto-omzet in valuta-eenheden (bijvoorbeeld euro's) en presenteert de resultaten voor de marktgerelateerde en locatiegerelateerde methode.

  • c) Het voert de totale broeikasgasemissies in de teller en de totale netto-omzet in de noemer in.

  • d) Het berekent de totale broeikasgasemissies overeenkomstig punt 44, onder d), en punt 52, en

  • e) berekent de netto-omzet in overeenstemming met de vereisten van de voor jaarrekeningen toepasselijke verslaggevingsstandaarden, d.w.z. IFRS 15 of lokale verslaggevingsvereisten.

AR 54. De kwantitatieve informatie kan worden weergegeven in een tabel zoals de volgende.

Connectiviteit van de broeikasgasintensiteit op basis van de omzet met informatie over de financiële verslaglegging.

Zie hieronder voor de tabel bij AR 54

AR 55. De afstemming van de netto-omzet die wordt gebruikt voor de berekening van de broeikasgasintensiteit met de desbetreffende post of de desbetreffende toelichting in de jaarrekening (overeenkomstig paragraaf 55) kan:

  • a) door middel van een kruisverwijzing naar de desbetreffende post of toelichting in de jaarrekening, of

  • b) door middel van een kwantitatieve afstemming met behulp van het onderstaande tabelformaat, indien de netto-omzet niet rechtstreeks kan worden gekoppeld aan een post of een toelichting in de jaarrekening.

    • Netto-omzet die wordt gebruikt voor de berekening van de broeikasgasintensiteit

    • Netto-omzet (overige)

    • Totale netto-omzet (jaarrekening)

Tabel bij AR 54:

GHG-intensiteit per netto-opbrengst

Vergelijking

N

% N / N-1

Totale broeikasgasemissies (locatiegebonden) per netto-opbrengst (t CO2e/valuta-eenheid)

Totale broeikasgasemissies (marktgerelateerd) per netto-opbrengst (t CO2e/valuta-eenheid)

Vergelijking ... Energie-intensiteit uit een vergelijkingsjaar

N ................... Energie-intensiteit van het huidige jaar

% N / N-1 ... Verhouding tussen de energie-intensiteit van het huidige jaar en het voorgaande jaar in procenten


Voorbeelden uit de praktijk

Voorbeelden dienen alleen als indicatie van hoe andere bedrijven tot nu toe aan hun rapportageverplichting hebben voldaan. Gecontroleerde ESRS-rapporten zijn nog niet beschikbaar. Er is geen garantie voor juistheid en volledigheid.

E1-6 – Bruto broeikasgasemissies van de categorieën Scope 1, 2 en 3 en totale broeikasgasemissies

Scope 1 en 2

De emissies in Scope 1 en Scope 2 zijn in de verslagperiode gestegen. De toename is te wijten aan de groei van het bedrijf, die wordt gekenmerkt door een toename van het aantal kantoren en medewerkers wereldwijd. Deze groei heeft de absolute emissies in beide scopes beïnvloed.

Het bedrijf blijft echter streven naar een vermindering van de emissies in Scope 1 en Scope 2. Daartoe wordt verder geïnvesteerd in maatregelen zoals stroomafnameovereenkomsten, energiebeheersystemen, het koolstofarm maken van wagenparken en andere CO₂-reducerende initiatieven.

Scope 3

De emissie-intensiteit van Scope 3 is verbeterd als gevolg van een afname van de luchtvrachtactiviteiten. Dit is te danken aan lagere transportvolumes, met name in de eerste helft van het jaar, toen de wereldwijde toeleveringsketen na de pandemie weer op gang kwam en de vraag naar spoedleveringen afnam.

De totale uitstoot in Scope 3 is ook gedaald, ondersteund door verbeterde methoden voor gegevensverzameling en nauwkeurigere rapportage, die meer gebaseerd is op activiteitsgegevens in plaats van omzetgegevens.

Totale uitstoot

De totale uitstoot is gedaald, wat voornamelijk te danken is aan de vermindering van de Scope 3-uitstoot in een bepaalde categorie. Aangezien deze categorie het grootste deel van de uitstoot uitmaakt, leidde de vermindering daar tot een aanzienlijke daling van de totale uitstoot van broeikasgassen.

Het bedrijf blijft zich inzetten voor maatregelen om zijn CO₂-voetafdruk te verkleinen, op basis van nauwkeurigere gegevens en een sterkere focus op duurzame praktijken.

Dit artikel is machinaal vertaald. Bij fouten kunt u contact opnemen met [email protected].

Was dit een antwoord op uw vraag?