Toelichting bij artikel 48i van Richtlijn 2013/34/EU
Artikel 48i van Richtlijn 2013/34/EU (balansrichtlijn, gewijzigd door de CSRD) bevat overgangsbepalingen voor het opstellen van een geconsolideerd duurzaamheidsverslag door dochterondernemingen van ondernemingen uit derde landen.
Een onderneming stelt het geconsolideerde duurzaamheidsverslag op overeenkomstig artikel 48i indien aan de volgende criteria wordt voldaan:
Het is een dochteronderneming van een moederonderneming die in een derde land (buiten de EU) is gevestigd.
De moederonderneming in het derde land stelt een geconsolideerd duurzaamheidsverslag op voor alle dochterondernemingen in de Unie, dat voldoet aan de vereisten van de CSRD.
De dochteronderneming in de EU maakt dit verslag (en het bevestigingsoordeel van een auditor) openbaar overeenkomstig het nationale recht.
In dat geval is de dochteronderneming vrijgesteld van de verplichting om een afzonderlijk geconsolideerd duurzaamheidsverslag op te stellen (tenzij het een zeer grote, op de kapitaalmarkt gerichte onderneming betreft, die van deze specifieke vrijstelling is uitgesloten).
Artikel 48i zelf vormt dus de rechtsgrondslag voor een mogelijke vrijstelling, niet de algemene rapportageverplichting. De algemene verplichtingen om een geconsolideerd duurzaamheidsverslag op te stellen voor grote, in de EU gevestigde groepen vloeien voornamelijk voort uit artikel 29 bis van Richtlijn 2013/34/EU.
Het doel: deze aanpak dient om de rapportageverplichtingen binnen de EU te bundelen. De andere betrokken EU-dochterondernemingen kunnen dan een vrijstelling (overeenkomstig artikel 19 bis, lid 9, resp. artikel 29 bis, lid 8) aanvragen en hoeven geen afzonderlijk verslag meer op te stellen.
Link naar de richtlijn:
