ESRS-norm
ESRS-norm
ESRS 2 – Algemene informatie
ESRS 2 – Algemene informatie
10. De in dit hoofdstuk vereiste informatie moet worden gelezen in samenhang met de informatie die wordt vereist in hoofdstuk 4 Beheer van effecten, risico's en kansen van ESRS 2 en moet samen met deze informatie worden verstrekt.
11. De onderneming moet de procedure voor het identificeren van significante effecten, risico's en kansen in verband met het gebruik van hulpbronnen en de kringloopeconomie toelichten, met name wat betreft de instroom en uitstroom van hulpbronnen en afval, en moet informatie verstrekken over het volgende:
a) of de onderneming haar activa en bedrijfsactiviteiten heeft geëvalueerd om haar feitelijke en potentiële effecten, risico's en kansen in het kader van haar eigen activiteiten en binnen haar toeleverings- en afzetketen te identificeren, en zo ja, welke methoden, aannames en instrumenten bij de evaluatie zijn gebruikt,
b) of en hoe de onderneming overleg heeft gepleegd, met name met de betrokken gemeenschappen.
Toepassingsvereisten (AR)
Toepassingsvereisten (AR)
AR 1. Bij de analyse van de materialiteit van milieugerelateerde subthema's beoordeelt de onderneming de materialiteit van de milieuvervuiling in haar eigen activiteiten en in haar toeleverings- en afzetketen en kan zij rekening houden met de volgende vier fasen, ook wel de LEAP-benadering genoemd:
a) fase 1: vaststellen waar in de eigen bedrijfsvoering en in de voor- en achterliggende waardeketen het raakvlak met de natuur ligt,
b) Fase 2: beoordeling van de afhankelijkheden en effecten die verband houden met milieuvervuiling,
c) Fase 3: beoordeling van de belangrijkste risico's en kansen, en
d) Fase 4: Opstellen en communiceren van de resultaten van de materialiteitsanalyse.
AR 2. De materialiteitsanalyse voor ESRS E2 komt overeen met de eerste drie fasen van deze LEAP-benadering. De vierde fase heeft betrekking op de resultaten van de procedure.
AR 3. Bij de procedure voor de analyse van de materialiteit van effecten, afhankelijkheden, risico's en kansen moet rekening worden gehouden met de bepalingen van ESRS 2 IRO-1 Beschrijving van de procedures voor het identificeren en beoordelen van de materiële effecten, risico's en kansen en IRO-2 In ESRS opgenomen informatievereisten die onder de duurzaamheidsverklaring van de onderneming vallen.
AR 4. De subthema's die onder de materialiteitsanalyse volgens ESRS E2 vallen, omvatten het volgende:
a) lucht-, water- en bodemverontreiniging (met uitzondering van broeikasgasemissies en afval), microplastics en zorgwekkende stoffen,
b) afhankelijkheid van ecosysteemdiensten die helpen bij het verminderen van effecten in verband met milieuverontreiniging.
AR 5. Om te bepalen waar in de eigen bedrijfsvoering en in de voor- en toeleveringsketen het raakvlak met de natuur ligt, kan de onderneming in fase 1 rekening houden met het volgende:
a) de locaties waar de directe activa zich bevinden en waar de activiteiten en de daarmee samenhangende upstream- en downstreamactiviteiten in de waardeketen plaatsvinden,
b) de locaties waar emissies van water-, bodem- en luchtverontreinigende stoffen plaatsvinden, en
c) de sectoren of bedrijfsonderdelen die verband houden met deze emissies of met de productie, het gebruik, de distributie, de marketing en de import/export van microplastics, zorgwekkende stoffen en bijzonder zorgwekkende stoffen in zuivere vorm, in mengsels of in producten.
AR 6. Fase 2 heeft betrekking op de beoordeling van de effecten en afhankelijkheden voor elke belangrijke locatie of sector/bedrijfsactiviteit, onder meer door de ernst en waarschijnlijkheid van de effecten op het milieu en de menselijke gezondheid te beoordelen.
AR 7.
In fase 3 kan de onderneming, op basis van de resultaten van fase 1 en 2, haar belangrijkste risico's en kansen beoordelen door:
a) overgangsrisico's en -kansen in het kader van haar eigen activiteiten en binnen haar toeleverings- en afzetketen vaststellen aan de hand van de volgende categorieën:
i. beleid en wetgeving: bijvoorbeeld invoering van wetgeving, blootstelling aan sancties en rechtszaken (bijvoorbeeld schendingen van de zorgvuldigheidsplicht met betrekking tot ecosystemen), strengere rapportageverplichtingen,
ii. Technologie: bijv. vervanging van producten of diensten door producten of diensten met een geringere impact, afstappen van zorgwekkende stoffen,
iii. Markt: bijvoorbeeld verschuiving van vraag, aanbod en financiering, volatiliteit of gestegen kosten van bepaalde stoffen,
iv. Reputatie: bijvoorbeeld veranderingen in de perceptie van de samenleving, klanten of gemeenschappen als gevolg van de rol van een organisatie bij het voorkomen en verminderen van milieuvervuiling.
b) Fysieke risico's identificeren, bijvoorbeeld plotselinge onderbrekingen van de toegang tot schoon water, zure regen of andere vervuilingsincidenten die waarschijnlijk zullen leiden of hebben geleid tot milieuverontreiniging, met gevolgen voor het milieu en de samenleving.
c) Kansen identificeren die verband houden met het voorkomen en verminderen van milieuvervuiling en die in de volgende categorieën kunnen worden onderverdeeld:
i. efficiënt gebruik van hulpbronnen: vermindering van de hoeveelheden gebruikte stoffen of verbetering van de efficiëntie van productieprocessen om de effecten te minimaliseren,
ii. Markten: bijvoorbeeld diversificatie van bedrijfsactiviteiten,
iii. Financiering: bijvoorbeeld toegang tot groene fondsen, obligaties of leningen,
iv. Veerkracht: bijvoorbeeld diversificatie van de gebruikte materialen en vermindering van de uitstoot door innovaties of technologieën,
v. Reputatie: positieve relaties met belanghebbenden door een proactieve benadering van risicobeheer.
AR 8.
Bij de materialiteitsanalyse kan de onderneming gebruikmaken van Aanbeveling (EU) 2021/2279 van de Commissie betreffende de toepassing van methoden voor de berekening van de ecologische voetafdruk voor het meten en rapporteren van de milieuprestaties van producten en organisaties gedurende hun levenscyclus.
AR 9.
Bij het verstrekken van informatie over de resultaten van de materialiteitsanalyse moet de onderneming rekening houden met het volgende:
a) een lijst van locaties waar milieuvervuiling van wezenlijk belang is voor de activiteiten en de upstream- en downstream-waardeketen van de onderneming;
b) Een lijst van bedrijfsactiviteiten die gepaard gaan met significante effecten, risico's en kansen in verband met milieuvervuiling.
Voorbeelden uit de praktijk
Voorbeelden uit de praktijk
Voorbeelden dienen alleen als indicatie van hoe andere ondernemingen tot nu toe aan hun rapportageverplichting hebben voldaan. Gecontroleerde ESRS-rapporten zijn nog niet beschikbaar. Er is geen garantie voor juistheid en volledigheid.
E5.IRO-1 – Materialiteitsproces in verband met het gebruik van hulpbronnen en de circulaire economie
In onze materialiteitsmatrix uit 2022 werd de kringloopeconomie beschouwd als een relevant, maar niet strategisch thema. Met de ontwikkeling van een nieuwe strategie in 2023, die zich richt op de duurzaamheid van onze producten, hebben we de kringloopeconomie opgewaardeerd tot een strategisch en materieel thema.
Tot nu toe lag onze focus in de rapportage vooral op de verwerking van afval uit onze bedrijfsprocessen en op de recycling van voertuigen in het kader van een second-life-strategie. Het gebruik van hulpbronnen, dat wil zeggen zowel materiaalinvoer (producten en apparatuur die intern en in de waardeketen worden gebruikt) als materiaaluitvoer (inclusief afval dat onze organisatie verlaat), werd tot nu toe niet systematisch geregistreerd.
In dit rapport richten we ons daarom op onze algemene aanpak van het gebruik van hulpbronnen en het bevorderen van de circulaire economie.
