ESRS-norm
ESRS-norm
Algemene informatie voor indicatoren en doelstellingen
Algemene informatie voor indicatoren en doelstellingen
70. In dit hoofdstuk worden de minimale informatievereisten uiteengezet waarmee rekening moet worden gehouden wanneer de onderneming informatie verstrekt over haar indicatoren en doelstellingen met betrekking tot de afzonderlijke materiële duurzaamheidsaspecten. Deze vereisten gelden in combinatie met de informatievereisten, met inbegrip van de toepassingsvereisten, die zijn vastgelegd in de desbetreffende thematische ESRS. Bovendien zijn zij van toepassing wanneer de onderneming bedrijfsspecifieke informatie opstelt.
71. De desbetreffende informatie moet worden verstrekt naast de informatie die vereist is volgens de thematische ESRS.
72. Indien de onderneming de informatie over doelstellingen die volgens de desbetreffende thematische ESRS vereist is, niet kan verstrekken omdat zij geen doelstellingen met betrekking tot het betreffende duurzaamheidsaspect heeft vastgesteld, vermeldt zij dit en motiveert zij waarom zij geen doelstellingen heeft vastgesteld. De onderneming kan een tijdschema aangeven waarbinnen zij voornemens is de desbetreffende strategieën of maatregelen toe te passen.
78. De onderneming moet voldoen aan de vereisten inzake de inhoud van de informatie in deze bepaling wanneer zij informatie verstrekt over de doelstellingen die zij met betrekking tot elk materieel duurzaamheidsaspect heeft vastgesteld.
79. Het doel van deze minimale informatieverplichting is om voor elk materieel duurzaamheidsaspect inzicht te verschaffen in:
a) of en hoe de onderneming de doeltreffendheid van haar maatregelen om essentiële effecten, risico's en kansen aan te pakken, meet, met inbegrip van de daarvoor gebruikte indicatoren,
b) meetbare, tijdgebonden en resultaatgerichte doelstellingen die de onderneming vaststelt om de doelstellingen van het beleid te verwezenlijken, die worden gedefinieerd in termen van de verwachte resultaten voor mensen, het milieu of de onderneming met betrekking tot materiële effecten, risico's en kansen,
c) de totale voortgang bij het bereiken van de vastgestelde doelstellingen in de loop van de tijd,
d) indien de onderneming geen meetbare, tijdgebonden en resultaatgerichte doelstellingen heeft vastgesteld, of en hoe de onderneming de doeltreffendheid van haar maatregelen om met de wezenlijke effecten, risico's en kansen om te gaan, volgt en de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen van haar beleid meet, en
e) of en hoe de belanghebbenden zijn betrokken bij het vaststellen van de doelstellingen voor elk materieel duurzaamheidsaspect.
80. De onderneming moet de meetbare, resultaatgerichte en tijdgebonden doelstellingen met betrekking tot materiële duurzaamheidsaspecten vermelden die zij heeft vastgesteld om de voortgang te beoordelen. Voor elke doelstelling bevat de vermelding de volgende informatie:
a) een beschrijving van de relatie tussen de doelstelling en de doelstellingen van het concept,
b) het vastgestelde doelniveau, inclusief, indien van toepassing, de vermelding of het doel absoluut of relatief is en in welke eenheid het wordt gemeten,
c) de reikwijdte van de doelstelling, met inbegrip van de activiteiten van de onderneming en/of, indien van toepassing, haar toeleverings- en/of afzetketen, alsmede de geografische grenzen,
d) de referentiewaarde en het referentiejaar voor het meten van de voortgang,
e) de periode waarvoor de doelstelling geldt en, indien van toepassing, eventuele mijlpalen of tussentijdse doelstellingen,
f) de methoden en significante aannames voor het vaststellen van de doelstellingen, inclusief, indien van toepassing, het gekozen scenario, de gegevensbronnen, de afstemming op nationale, Europese of internationale beleidsdoelstellingen en de wijze waarop de doelstellingen rekening houden met de bredere context van duurzame ontwikkeling en/of de situatie op de plaats waar de effecten zich voordoen,
g) of de doelstellingen van de onderneming met betrekking tot milieuaspecten gebaseerd zijn op sluitende wetenschappelijke bevindingen,
h) of en hoe de belanghebbenden zijn betrokken bij het vaststellen van de doelstellingen voor elk materieel duurzaamheidsaspect;
i) eventuele wijzigingen in de doelstellingen en de bijbehorende indicatoren of de onderliggende meetmethoden, significante aannames, beperkingen, bronnen en gegevensverzamelingsmethoden die binnen de vastgestelde tijdshorizon zijn aangebracht. Dit omvat ook een toelichting op de redenen voor deze wijzigingen en hun gevolgen voor de vergelijkbaarheid (zie informatievereiste BP-2 Informatie in verband met specifieke omstandigheden van deze standaard), en
j) de prestaties in vergelijking met de gestelde doelstellingen, met inbegrip van informatie over hoe een doelstelling wordt gecontroleerd en geëvalueerd, hoe indicatoren worden gebruikt en of de voortgang in overeenstemming is met de oorspronkelijke plannen, alsmede een analyse van de trends of significante veranderingen in de bedrijfsprestaties met betrekking tot het bereiken van de doelstelling.
81. Als de onderneming geen meetbare resultaatgerichte doelstellingen heeft vastgesteld,
a) kan het aangeven of het voornemens is dergelijke doelstellingen vast te stellen en binnen welke termijn dit zal gebeuren, of waarom de onderneming niet voornemens is dergelijke doelstellingen vast te stellen,
b) moet zij aangeven of zij niettemin de doeltreffendheid van haar concepten en maatregelen met betrekking tot de wezenlijke duurzaamheidsgerelateerde effecten, risico's en kansen volgt en, zo ja,
i. welke procedures zij daartoe hanteert,
ii. de vastgestelde doelstellingen en alle kwalitatieve of kwantitatieve indicatoren aan de hand waarvan de voortgang wordt beoordeeld, met inbegrip van de referentieperiode vanaf wanneer de voortgang wordt gemeten.
Toepassingsvereisten (AR)
Toepassingsvereisten (AR)
AR 24. Bij het specificeren van doelstellingen met betrekking tot het voorkomen of beperken van milieueffecten, geeft de onderneming voorrang aan doelstellingen die betrekking hebben op het verminderen van de effecten in absolute cijfers in plaats van in relatieve cijfers. Als de doelstellingen betrekking hebben op het voorkomen of beperken van sociale effecten, kunnen ze worden gespecificeerd in termen van effecten op de mensenrechten, het welzijn of positieve resultaten voor de betrokken belanghebbenden.
AR 25. De informatie over de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen kan worden weergegeven in een uitgebreide tabel, met informatie over de uitgangs- en streefwaarde, mijlpalen en de behaalde prestaties in voorgaande periodes.
AR 26. Als de onderneming de voortgang bij het bereiken van de doelstellingen van een concept zonder meetbare doelstelling beschrijft, kan zij een referentiewaarde vaststellen aan de hand waarvan de voortgang wordt gemeten. Zo kan de onderneming bijvoorbeeld een loonsverhoging met een bepaald percentage beoordelen voor degenen die onder een drempelwaarde voor een eerlijk loon zitten, of kan zij de kwaliteit van haar relaties met de lokale gemeenschappen beoordelen aan de hand van het percentage door de gemeenschappen aan de orde gestelde problemen dat tot hun tevredenheid is opgelost. De referentiewaarde en de beoordeling van de voortgang hebben betrekking op de effecten, risico's en kansen die de materialiteit van het in het concept behandelde onderwerp onderbouwen.
