Naar de hoofdinhoud

E1-5 – Energieverbruik en energiemix

Deze week bijgewerkt

ESRS-norm

35. De onderneming moet informatie verstrekken over haar energieverbruik en energiemix.

36. Het doel van deze informatieverplichting is inzicht te verschaffen in het totale energieverbruik van de onderneming in absolute cijfers, de verbetering van de energie-efficiëntie, de blootstelling aan activiteiten op het gebied van kolen, olie en gas en het aandeel van hernieuwbare energie in de totale energiemix van de onderneming.

37. De informatie overeenkomstig paragraaf 35 omvat het totale energieverbruik in MWh in verband met de eigen activiteiten, uitgesplitst als volgt:

  • a) totaal energieverbruik uit fossiele bronnen (40),

  • b) totaal energieverbruik uit nucleaire bronnen,

  • c) totaal energieverbruik uit hernieuwbare bronnen, uitgesplitst naar:

    • i. brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, met inbegrip van biomassa (ook industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong), biobrandstoffen, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen (41) enz.,

    • ii. verbruik van aangekochte en ontvangen elektriciteit, warmte, stoom en koeling uit hernieuwbare bronnen, en

    • iii. verbruik van zelf geproduceerde hernieuwbare energie die geen brandstof is.

38. Ondernemingen die actief zijn in klimaatintensieve sectoren (42) moeten hun totale energieverbruik uit fossiele bronnen verder uitsplitsen naar:

  • a) brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten,

  • b) brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten,

  • c) brandstofverbruik uit aardgas,

  • d) brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen,

  • e) verbruik van aangekochte of ontvangen elektriciteit, warmte, stoom of koeling uit fossiele bronnen.

Let op de toepassingsvereisten AR 33

39. Indien relevant moet de onderneming bovendien haar productie van niet-hernieuwbare energie en haar productie van energie uit hernieuwbare bronnen uitsplitsen in MWh en afzonderlijk vermelden (43).

Energie-intensiteit op basis van de netto-omzet (44)

40. De onderneming verstrekt informatie over de energie-intensiteit (totaal energieverbruik per netto-omzet) in verband met activiteiten in klimaatintensieve sectoren.

41. De informatie over energie-intensiteit overeenkomstig paragraaf 40 mag alleen worden afgeleid uit het totale energieverbruik en de netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren.

Let op de toepassingsvereisten AR 36 - AR 38

42. De onderneming vermeldt de klimaatintensieve sectoren die worden gebruikt om de energie-intensiteit overeenkomstig paragraaf 40 te bepalen.

43. De onderneming moet de afstemming van de netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren (referentiewaarde voor de berekening van de energie-intensiteit overeenkomstig paragraaf 40) met de overeenkomstige post of de overeenkomstige toelichting in de jaarrekening vermelden.


Toepassingsvereisten (AR)

AR 32. Bij het opstellen van de in paragraaf 35 vereiste informatie over het energieverbruik gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het rapporteert alleen het energieverbruik van processen die eigendom zijn van of onder controle staan van de onderneming en past hetzelfde toepassingsgebied toe als bij de rapportage over scope 1- en scope 2-emissies.

  • b) Het sluit grondstoffen en brandstoffen uit die niet voor energetische doeleinden worden verbrand. De onderneming die brandstoffen als grondstoffen verbruikt, kan informatie over dit verbruik apart van de voorgeschreven gegevens verstrekken.

  • c) Het zorgt ervoor dat alle kwantitatieve energiegerelateerde informatie wordt uitgedrukt in megawattuur (MWh) als onderste calorische waarde. Indien ruwe gegevens van energiegerelateerde informatie alleen beschikbaar zijn in andere energie-eenheden dan MWh (bijvoorbeeld gigajoule (GJ) of British Thermal Units (Btu)), volume-eenheden (bijvoorbeeld kubieke voet of gallons) of massa-eenheden (bijvoorbeeld kilogram of pond) beschikbaar zijn, moeten deze met behulp van geschikte omrekeningsfactoren worden omgerekend naar MWh (zie bijvoorbeeld bijlage II van het vijfde IPCC-evaluatierapport). De omrekeningsfactoren voor brandstoffen moeten transparant zijn en uniform worden toegepast.

  • d) Er wordt voor gezorgd dat alle kwantitatieve energiegerelateerde informatie wordt uitgedrukt in eindverbruik en betrekking heeft op de hoeveelheid energie die de onderneming daadwerkelijk verbruikt, bijvoorbeeld aan de hand van de tabel in bijlage IV bij Richtlijn 2012/27 van het Europees Parlement en de Raad (55) betreffende energie-efficiëntie.

  • e) Het voorkomt dubbeltelling van het brandstofverbruik bij het rapporteren van het verbruik van zelf opgewekte energie. Als de onderneming elektriciteit opwekt uit een niet-hernieuwbare of hernieuwbare brandstofbron en vervolgens de opgewekte elektriciteit verbruikt, wordt het energieverbruik slechts één keer meegeteld bij het brandstofverbruik.

  • f) Het energieverbruik wordt niet meegeteld, ook niet wanneer ter plaatse geproduceerde energie aan derden wordt verkocht en door hen wordt gebruikt.

  • g) Energie die binnen de grenzen van de organisatie wordt betrokken als "verworven of ontvangen" energie, wordt niet meegeteld.

  • h) Stoom, warmte of koeling die het als "afvalenergie" uit industriële processen van een derde verkrijgt, wordt beschouwd als "verworven of ontvangen" energie.

  • i) Het beschouwt hernieuwbare waterstof (56) als hernieuwbare brandstof. Waterstof die niet volledig uit hernieuwbare bronnen wordt gewonnen, wordt opgenomen onder "brandstofverbruik uit andere niet-hernieuwbare bronnen".

  • j) Het volgt een conservatieve benadering bij de verdeling van elektriciteit, stoom, warmte of koeling tussen hernieuwbare en niet-hernieuwbare bronnen op basis van de benadering voor de berekening van marktgerelateerde Scope 2-broeikasgasemissies. Het bedrijf beschouwt dit energieverbruik alleen als afkomstig uit hernieuwbare bronnen als de herkomst van de aangekochte energie duidelijk is vastgelegd in de contractuele overeenkomsten met zijn leveranciers (overeenkomst voor de aankoop van hernieuwbare elektriciteit, gestandaardiseerd groene stroomtarief, marktinstrumenten zoals het bewijs van herkomst uit hernieuwbare bronnen in Europa (57) of soortgelijke instrumenten zoals certificaten voor hernieuwbare energie in de VS en Canada, enz.

AR 33. De informatie overeenkomstig paragraaf 38 is vereist wanneer de onderneming actief is in ten minste één klimaatintensieve sector. De overeenkomstig paragraaf 38, onder a) tot en met e), vereiste informatie omvat ook energie uit fossiele bronnen die wordt verbruikt bij bedrijfsactiviteiten die niet plaatsvinden in klimaatintensieve sectoren.

AR 34. De informatie over het energieverbruik en de energiemix kan voor klimaatintensieve sectoren in tabelvorm hieronder worden weergegeven en voor alle andere sectoren door de regels 1 tot en met 5 weg te laten.

Zie hieronder voor de tabel bij AR 34.

AR 35. Het totale energieverbruik, met een onderscheid tussen het verbruik van fossiele, nucleaire en hernieuwbare energie, kan grafisch worden weergegeven in de duurzaamheidsverklaring om de ontwikkelingen in de loop van de tijd te illustreren (bijvoorbeeld door middel van een cirkeldiagram of een staafdiagram).

Energie-intensiteit op basis van de netto-omzet

Richtlijnen voor de berekening

AR 36. Bij het samenstellen van de in paragraaf 40 vereiste informatie over de energie-intensiteit gaat de onderneming als volgt te werk:

  • a) Het berekent de energie-intensiteit aan de hand van de volgende formule:

    • Energieintensität = Gesamtenergieverbrauch / Nettoumsatzerlöse

    • Totaal energieverbruik: totaal energieverbruik uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren (MWh)

    • Netto-omzet: netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren (valuta-eenheid)

  • b) zij vermeldt het totale energieverbruik in MWh en de netto-omzet in valuta-eenheden (bijvoorbeeld euro's),

  • c) de teller en de noemer mogen alleen bestaan uit het aandeel in het totale energieverbruik (in de teller) en de netto-omzet (in de noemer) dat kan worden toegerekend aan activiteiten in klimaatintensieve sectoren. De teller en de noemer moeten qua omvang uniform zijn,

  • d) het berekent het totale energieverbruik in overeenstemming met de vereiste van paragraaf 37,

  • e) het berekent de netto-omzet overeenkomstig de voor de jaarrekening geldende verslaggevingsstandaarden, d.w.z. IFRS 15 Opbrengsten uit contracten met klanten of lokale verslaggevingsvereisten.

AR 37. De kwantitatieve informatie kan worden weergegeven in de onderstaande tabel.

Koppeling van energie-intensiteit op basis van netto-omzet met informatie over financiële verslaglegging

Zie hieronder voor de tabel bij AR 37

AR 38. De afstemming tussen de netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren en de overeenkomstige post of informatie in de jaarrekening (overeenkomstig paragraaf 43) kan als volgt worden weergegeven:

  • a) door een verwijzing naar de overeenkomstige post of vermelding in de jaarrekening, of

  • b) door een kwantitatieve afstemming met behulp van een tabelformaat, indien de netto-omzet niet rechtstreeks kan worden gekoppeld aan een post of vermelding in de jaarrekening, waarin de volgende punten onder elkaar worden vermeld

    • netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren die worden gebruikt voor de berekening van de energie-intensiteit

    • Netto-omzet (overige)

    • Totale netto-omzet (jaarrekening)

Tabel bij AR 34:

Energieverbruik en energiemix

Vergelijking

Jaar N

(1) Brandstofverbruik uit steenkool en steenkoolproducten (MWh)

(2) Brandstofverbruik uit ruwe olie en aardolieproducten (MWh)

(3) Brandstofverbruik uit aardgas (MWh)

(4) Brandstofverbruik uit andere fossiele bronnen (MWh)

(5) Verbruik van aangekochte of ontvangen elektriciteit, warmte, stoom en koeling en uit fossiele bronnen (MWh)

(6) Totaalverbruik fossiele energie (MWh) (som van de regels 1 tot en met 5)

Aandeel fossiele bronnen in het totale energieverbruik (in %)

(7) Verbruik uit nucleaire bronnen (MWh)

Aandeel van het verbruik uit nucleaire bronnen in het totale energieverbruik (in %)

(8) Brandstofverbruik voor hernieuwbare bronnen, inclusief biomassa (ook industrieel en huishoudelijk afval van biologische oorsprong, biogas, waterstof uit hernieuwbare bronnen, enz.) (MWh).

(9) Verbruik van aangekochte of ontvangen elektriciteit, warmte, stoom en koeling en uit hernieuwbare bronnen (MWh)

(10) Verbruik van zelf opgewekte hernieuwbare energie die geen brandstof is (MWh)

(11) Totaal verbruik van hernieuwbare energie (MWh) (som van de regels 8 tot en met 10)

Aandeel van hernieuwbare bronnen in het totale energieverbruik (in %)

Totaal energieverbruik (MWh) (som van de regels 6, 7 en 11)

Tabel bij AR 37:

Energie-intensiteit per netto-opbrengst

Vergelijking

N

% N / N-1

Totaal energieverbruik uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren per netto-omzet uit activiteiten in klimaatintensieve sectoren (MWh/valuta-eenheid)

Vergelijking ... Energie-intensiteit uit een vergelijkingsjaar

N ................ Energie-intensiteit van het huidige jaar

% N / N-1 ... Verhouding tussen de energie-intensiteit van het huidige jaar en het voorgaande jaar in procenten


Voorbeelden uit de praktijk

Voorbeelden dienen alleen als indicatie van hoe andere bedrijven tot nu toe aan hun rapportageverplichting hebben voldaan. Gecontroleerde ESRS-rapporten zijn nog niet beschikbaar. Er is geen garantie voor juistheid en volledigheid.

E1-5 – Energieverbruik en energiemix

Ons energieverbruik bestaat voornamelijk uit elektriciteit en stadsverwarming. In het kader van onze inspanningen om wetenschappelijk onderbouwde klimaatdoelstellingen te bereiken, werken we aan het verminderen van het aandeel niet-hernieuwbare energie en het uitbreiden van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen. Dit omvat onder meer overeenkomsten voor de aankoop van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, die ervoor zorgen dat er extra groene stroom in ons energiesysteem wordt geïnjecteerd.

In het verslagjaar bedroeg ons totale energieverbruik 22.057 MWh. Dit was het resultaat van de behoefte aan elektriciteit en warmte voor onze eigen locaties. In hetzelfde jaar ontvingen we voor het eerst elektriciteit uit hernieuwbare bronnen via een overeenkomst met een zonne-energiecentrale in Noord-Europa. Daarnaast hebben we nog een overeenkomst gesloten die het aandeel hernieuwbare energie in ons totale verbruik verder zal verhogen.

Dit artikel is machinaal vertaald. Bij fouten kunt u contact opnemen met [email protected].

Was dit een antwoord op uw vraag?