Naar de hoofdinhoud

Beoordeling van het effect (E5)

Deze week bijgewerkt

ESRS E5 Gebruik van hulpbronnen en kringloopeconomie

NIEUW! We hebben onze artikelen over de schalen vernieuwd!

Dankzij de feedback van accountants en onze klanten hebben we een aantal punten gewijzigd en nieuwe voorbeelden toegevoegd.

We hopen hiermee nog meer duidelijkheid te scheppen.

In het artikel over voorbeelden van milieubeoordelingen vindt u voorbeelden van gemotiveerde beoordelingen.

Omvang

Leidende vragen: Hoe ernstig is het effect (positief/negatief) op het betreffende onderwerp? In hoeverre worden de betrokken gebieden hierdoor beïnvloed?

Rekening houden met hoeveelheden: als het bedrijf rekening wil houden met hoeveelheden, is het raadzaam deze in de omvang mee te nemen in de vorm van de intensiteit van de betreffende milieu-impact. Een mogelijke leidende vraag hierover is: hoe groot zijn de betreffende hoeveelheden van de milieu-impact gemeten aan de hand van de bedrijfsactiviteit (bijv. geproduceerde hoeveelheden of netto-opbrengsten)?

Negatief effect

5

Kritieke schade: extreem ernstige gevolgen voor het milieu

4

Grote schade: aanzienlijke gevolgen voor het milieu

3

Gemiddelde schade: Matige gevolgen voor het milieu

2

Geringe schade: lichte gevolgen voor het milieu

1

Minimale schade: geen tot nauwelijks waarneembare gevolgen voor het milieu

Positief effect

5

Maximaal milieuvoordeel: het bedrijfsmodel draagt aanzienlijk bij aan de verbetering van het milieu en creëert duurzame ecologische voordelen.

4

Hoog milieuvoordeel: aanzienlijke positieve effecten, bijvoorbeeld door zuinig omgaan met hulpbronnen, CO₂-reductie of bevordering van ecologische kringlopen

3

Matige invloed: Matige positieve effecten op het milieu of een grotendeels neutraal effect met ontwikkelingspotentieel voor meer duurzaamheid.

2

Gering milieuvoordeel: lichte positieve effecten, maar nog ruimte voor optimalisatie op het gebied van duurzame ontwikkeling.

1

Nauwelijks milieuvoordelen: geen tot nauwelijks waarneembare positieve effecten op het milieu.

Belangrijke opmerking bij het formuleren van impacts: het louter verminderen of vermijden van negatieve effecten is geen positief effect. Positieve impacts mogen geen maatregelen zijn die alleen dienen om een negatief effect te compenseren.

Voorbeeld: als de kernactiviteit van een bedrijf het recyclen van grondstoffen is, kan dit een positief effect op het milieu hebben. De installatie van een fotovoltaïsche module op een bedrijfsgebouw is daarentegen slechts een maatregel om negatieve effecten te verminderen en dus geen positief effect in de zin van de duurzaamheidsbeoordeling, zie brutoprincipe.

Mogelijke indicatoren "Omvang"

De voorbeeldindicatoren dienen als richtlijn voor de bedrijfsspecifieke aanpassing van de schalen.

Voorbeeldindicatoren

E5

  • Omvang van het gebruik van hulpbronnen op basis van het type hulpbronnen en de intensiteit van het gebruik

  • Invloed van het gebruik van hulpbronnen op de beschikbaarheid van specifieke stoffen of materialen

  • Omvang van het geproduceerde afval op basis van het type afval (radioactief, gevaarlijk, niet-gevaarlijk) en afvalintensiteit

Voorbeelden uitgebreid en gebaseerd op OESO (2018), OESO-richtlijnen voor zorgvuldigheid bij verantwoord ondernemen, OESO-uitgeverij, Parijs, pagina 43 e.v.

Omvang

Leidende vraag: hoe groot is het percentage van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval in vergelijking met de totale hoeveelheid?

Opmerking: E1 tot E4 beoordelen de omvang op basis van de geografische verspreiding van de effecten op het milieu. Bij E5 ligt de nadruk echter op het gebruik van hulpbronnen en de kringloopeconomie, waardoor deze benadering voor de omvang minder praktisch is. Daarom kan het zinvol zijn om in plaats daarvan de relatieve hoeveelheden in verhouding tot de totale hoeveelheid die door de bedrijfsactiviteiten wordt gegenereerd, als referentie te gebruiken.

Negatieve/positieve effecten

5

bijv. > 80-60% van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval

4

bijv. > 60-80% van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval

3

bijv. > 40-60% van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval

2

bijv. > 20-40% van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval

1

bijv. > 0-20% van de grondstofinstroom/grondstofuitstroom/afval

Onomkeerbaarheid

Leidende vragen: Worden hernieuwbare of niet-hernieuwbare hulpbronnen gebruikt? Kunnen de grondstoffen worden gerecycled of zijn ze niet recyclebaar?

Negatieve/positieve effecten

Negatieve/positieve effecten

E1-E5

E5 Afval volgens de EU-afvalhiërarchie

5

Onmogelijk: er is geen mogelijkheid om de effecten volledig te verhelpen

Verwijdering: elke procedure die geen terugwinning is, ook als de procedure als neveneffect heeft dat stoffen of energie worden teruggewonnen (bijv. opslag op een stortplaats, verbranding).

4

Moeilijk: er zijn aanzienlijke belemmeringen om de effecten te verhelpen of de oorspronkelijke toestand te herstellen (zeer langdurig en/of met zeer hoge kosten in termen van tijd en financiële middelen)

Overige terugwinning: (bijv. energetische terugwinning) Elke procedure waarbij afvalstoffen een zinvolle bestemming krijgen door andere materialen te vervangen of zodanig te worden voorbereid dat ze een bepaalde functie kunnen vervullen.

3

Matig: het herstellen van de gevolgen is haalbaar, maar vereist aanzienlijke inspanningen om de oorspronkelijke toestand te herstellen (op middellange termijn en/of met aanzienlijke inspanningen in termen van tijd en financiële middelen).

Recycling: elke vorm van terugwinning waarbij afvalstoffen worden hergebruikt in producten, materialen of stoffen, hetzij voor het oorspronkelijke doel, hetzij voor andere doeleinden. Dit omvat de verwerking van organische stoffen (bijv. compostering), maar niet de terugwinning van energie en de verwerking in materialen die worden gebruikt als brandstof of voor opvulling.

2

Gering: het herstellen van de gevolgen is haalbaar en vereist een overzichtelijke inspanning om de oorspronkelijke toestand te herstellen (op korte termijn en/of met een overzichtelijke inspanning in termen van tijd en financiële middelen).

Voorbereiding en hergebruik: elk terugwinningsproces van inspectie, reiniging of reparatie waarbij producten of onderdelen van producten die afval zijn geworden, zodanig worden voorbereid dat ze zonder verdere voorbehandeling kunnen worden hergebruikt.

1

Minimaal: de gevolgen kunnen vrijwel moeiteloos worden verholpen om de oorspronkelijke toestand te herstellen (op zeer korte termijn en/of met geringe inspanningen in termen van tijd en financiële middelen).

Afvalpreventie: maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afval wordt, om het volgende te verminderen:

  • de hoeveelheid afval, ook door hergebruik van producten of verlenging van hun levensduur;

  • de schadelijke effecten van het geproduceerde afval op het milieu en de menselijke gezondheid, of

  • het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten.

Dit artikel is machinaal vertaald. Bij fouten kunt u contact opnemen met [email protected].

Was dit een antwoord op uw vraag?