ESRS-norm
ESRS-norm
21. De onderneming moet haar vastgestelde doelstellingen met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en de kringloopeconomie vermelden.
22. Deze informatieplicht is bedoeld om inzicht te verschaffen in de doelstellingen die de onderneming zich heeft gesteld om haar concepten met betrekking tot het gebruik van hulpbronnen en de kringloopeconomie te ondersteunen, alsook met betrekking tot het omgaan met haar belangrijkste effecten, risico's en kansen.
23. De beschrijving van de doelstellingen omvat de informatie die nodig is voor het volgen van de effectiviteit van concepten en maatregelen door middel van streefcijfers, in overeenstemming met ESRS 2 MDR-T.
24. Overeenkomstig lid 21 moet worden aangegeven of en hoe de doelstellingen van de onderneming betrekking hebben op de instroom en uitstroom van hulpbronnen, met inbegrip van afval, producten en materialen, en met name op:
a) de uitbreiding van circulair productontwerp (bijvoorbeeld voor duurzaamheid, demontage, repareerbaarheid, recyclebaarheid, enz.),
b) de verhoging van het circulaire materiaalgebruik,
c) het minimaliseren van primaire grondstoffen,
d) de duurzame aankoop en het duurzame gebruik van hernieuwbare hulpbronnen (in overeenstemming met het cascadeprincipe),
e) afvalbeheer, met inbegrip van de voorbereiding op een correcte behandeling, en
f) andere aspecten in verband met het gebruik van hulpbronnen of de kringloopeconomie.
25. De onderneming geeft aan op welk niveau van de afvalhiërarchie de doelstelling betrekking heeft.
26. Naast de ESRS 2 MDR-T geeft de onderneming aan of bij het vaststellen van de doelstellingen rekening is gehouden met ecologische drempelwaarden en bedrijfsspecifieke verdelingen. Indien dit het geval is, kan de onderneming het volgende toelichten:
a) de vastgestelde ecologische drempelwaarden en de methode voor het vaststellen van deze drempelwaarden,
b) of de drempelwaarden bedrijfsspecifiek zijn en, zo ja, hoe deze zijn vastgesteld, en
c) hoe de verantwoordelijkheid voor de naleving van de vastgestelde ecologische drempelwaarden binnen de onderneming is verdeeld.
27. Het bedrijf geeft als onderdeel van de achtergrondinformatie aan of de door het bedrijf vastgestelde en uiteengezette doelstellingen bindend (volgens de wetgeving) of vrijwillig zijn.
Toepassingsvereisten (AR)
Toepassingsvereisten (AR)
AR 14. Als de onderneming bij het vaststellen van doelstellingen verwijst naar ecologische drempelwaarden, kan zij zich baseren op de voorlopige richtsnoeren (Initial Guidance for Business, september 2020) van het Science-Based Targets Initiative for Nature (SBTN) of andere richtlijnen met een wetenschappelijk erkende methode die het mogelijk maken om wetenschappelijk onderbouwde doelstellingen vast te stellen door ecologische drempelwaarden en, indien van toepassing, organisatiespecifieke verdelingen te bepalen. Ecologische drempelwaarden kunnen lokaal, nationaal en/of mondiaal zijn.
AR 15. Bij het verstrekken van informatie over de doelstellingen geeft de onderneming voorrang aan doelstellingen in absolute cijfers.
AR 16. Bij het verstrekken van informatie over doelstellingen overeenkomstig paragraaf 24 houdt de onderneming rekening met de productiefase, de gebruiksfase en het einde van de levensduur van producten en materialen.
AR 17. Bij het verstrekken van informatie over doelstellingen met betrekking tot hernieuwbare primaire grondstoffen overeenkomstig lid 24, onder c), houdt de onderneming rekening met de mogelijke gevolgen van deze doelstellingen voor het verlies aan biodiversiteit, ook in het licht van ESRS E4.
AR 18. De onderneming kan andere doelstellingen vermelden overeenkomstig lid 24, onder f), ook met betrekking tot duurzame inkoop. In dat geval licht de onderneming haar definitie van het begrip "duurzame inkoop" toe en beschrijft zij de verbanden met de in lid 22 genoemde doelstelling.
AR 19. De doelstellingen kunnen betrekking hebben op de eigen activiteiten van de onderneming en/of haar toeleverings- en afzetketen.
AR 20. De onderneming kan aangeven of de doelstelling tekortkomingen aanpakt die verband houden met de criteria voor de kringloopeconomie overeenkomstig de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 13, lid 2, van Verordening (EU) 2020/852. Voldoet het doel niet aan de criteria voor het voorkomen van aanzienlijke nadelige gevolgen voor de kringloopeconomie, zoals vastgesteld in de overeenkomstig artikel 10, lid 3, artikel 11, lid 3, artikel 12, lid 2, artikel 14, lid 2, en artikel 15, lid 2, van Verordening (EU) 2020/852 vastgestelde criteria voor het voorkomen van aanzienlijke nadelige gevolgen voor de kringloopeconomie niet zijn vervuld, kan de onderneming aangeven of de doelstelling het verhelpen van tekortkomingen in verband met deze criteria omvat.
Voorbeelden uit de praktijk tot nu toe
Voorbeelden uit de praktijk tot nu toe
Voorbeelden dienen alleen als indicatie van hoe andere ondernemingen tot nu toe aan hun informatieplicht hebben voldaan. Gecontroleerde ESRS-rapporten zijn nog niet beschikbaar. Er is geen garantie voor juistheid en volledigheid.
E5-3 – Doelstellingen inzake het gebruik van hulpbronnen
We zetten ons in om 100% gecertificeerde duurzame biomassa te blijven gebruiken voor onze energieproductie. Daarnaast streven we ernaar om alle componenten van onze wereldwijde windparken – zowel op het land als offshore – en alle zonnepanelen van onze zonneparken te hergebruiken, te recyclen of bij te dragen aan het terugwinnen van grondstoffen.
